In dit 'bijna' perfectionistische, egoistische, leven worden wij als mens geneigd om ons naar het perfecte rolmodel te gedragen. We worden geconfronteerd met de dagelijkse feiten zoals het hebben van een dun lijf en het mooi zijn. Ons leven moet maar zo perfect zijn en voldoen aan een rolpatroon die wij alle moeten aan nemen. Wij moeten gelukkig zijn, wij moeten leuk zijn. Wij moeten af en toe anders zijn om leuk gevonden te worden. Normen en waarden nemen af en worden overgenomen door de zogenaamde nieuwe visie op het leven.
Als ik mezelf onder een groot vergrootglas zou zetten, zou ik met een zelfverzekerd gezicht kunnen zeggen dat ik zo perfect niet ben. Natuurlijk wil ik het als een ander doodsgraag. Wil ik ook kwaliteiten hebben die ik gewoon niet heb. Wil ik ook, andere dingen die simpelweg niet voor mij in de wieg zijn gelegd. Dat doet zeer. Kijken naar jezelf is namelijk tegenwoordig zo makkelijk nog niet. Gauw zijn we ontevreden.
Soms moet je accepteren dat jij iets niet hebt wat voor een ander zo makkelijk is. Soms moet je loslaten aan dingen waar je je eigenlijk zo graag aan vast houdt. Soms moet je los laten, van het feit dat je eigenlijk zo graag in dat perfecte wereldje wil leven.
Perfectie is namelijk niet bereikbaar, daarom eissen we het van een ander.